Het standbeeld is gevallen

'Hij viel van zijn standbeeld.'

Huh?
Ik bedoel:
Hij viel van zijn beeld
stand
ding
weet je wel.

Voetstuk.
Dat dus.

'Hij viel van zijn voetstuk.'

Wie viel er eigenlijk?

Die sukkel.
Ik bedoel sokkel.

Opnieuw. Het is:
'Hij viel van zijn voetstuk.' of 'Hij viel van zijn sokkel.'

Maar wie dan?
Dat standbeeld.

0 reacties:

Een reactie posten