Paranoia

Willekeurige citaten van dorpsgenoten:

'Ik zet nooit mijn fiets op slot.'
'Onze achterdeur laat ik altijd open.'
'Mijn kind loopt alleen naar school.'
'Hier gebeurt nooit iets.'

Acclimatiseren moet ik. De paranoia die ik heb opgebouwd in de stad voor onveilige verkeerssituaties en wanhopige junks probeer ik sinds twee jaar los te laten. Ik wil chill worden.

Het lukt. Relaxter en relaxter word ik, jubelend over het dorpse leven, totdat ik een dikke stinkende hondendrol in mijn voortuin vind. Een persoonlijke aanval, stiekem en vies, zo voelt het. Shitbeest.

Wraak. Ik maak een plan om een overvolle poepluier door de brievenbus van het baasje te proppen, om een vuilniszak leeg te strooien op zijn stoep, om hem eens even goed - gepaard met wat scheldwoorden - de waarheid te zeggen.

Maar ja. Er staat geen naam bij de drol.
Dus nu zit ik achter het gordijn verstopt en hou ik elke voorbijganger met een hond in de gaten. Ik heb geen idee welk type hond welk type drol schijt en dus is iedere hondeneigenaar een potentiƫle vijand.

Is er eigenlijk gif voor zoiets? Niet dat die hond meteen dood moet hoor, maar dan kan ik er in ieder geval mee dreigen. Prikkeldraad, zou ook kunnen, of schrikdraad, nog beter.

En verder: ik zet mijn fiets gewoon weer aan een lantaarnpaal vast, er komt een extra slot op de achterdeur en er gaat geen kind van mij meer alleen de deur uit. Poepdorp.

1 opmerking:

  1. Haha leuk geschreven. Al denk ik dan vaak als er weer eens een auto op de stoep geparkeerd staat waardoor ik de straat op moet, zal ik mijn hond laten poepen op die auto. Of als een stel kleine kinderen door mijn tuin rennen met hun voetbal, zal ik mijn hond er op af sturen. Of. Als een kinderwagen weer tegen mijn hielen aangeduwd wordt, zal ik hem omtrappen. Gedachtens die ik nooit ten uitvoer breng, want we moeten wat toleranter zijn en niet zo zeuren. Toch?

    BeantwoordenVerwijderen