Rie Mastenbroek was gisteren weer even op televisie. De vijftienjarige Rotterdamse klom uit het zwembad, schikte de pijpjes van haar badpak en sprak in de camera: ‘Ik beloof u lieve dames en heren, dat ik op de ingeslagen weg zal trachten voort te gaan om de Nederlandse zwemsport nog hoger te maken.’ Ze trok haar badmuts af en wierp een kushandje naar de camera.

Lef, had ze, en een enorme vechtlust. Anderhalf jaar later zou ze op de Olympische Spelen in Berlijn drie gouden medailles en een zilveren winnen bij het dameszwemmen.

Ik schreef in Vergeten goud het levensverhaal van deze talentvolle zwemster op. Ik kan uren over haar vertellen, over dat innemende, nuchtere, vrolijke meisje dat als eerste vrouw ooit vier medailles won op een Olympiade. Over de weg naar dat succes, over de kracht en macht waarmee ze door het water denderde, over de roem die haar overviel, over de teleurstellingen en tegenslagen die ze te verwerken kreeg en over hoe ze zich daar telkens weer als een ware topsporter doorheen sloeg.

Gisteren mocht ik even over Rie vertellen bij Tijd voor Max. Je kunt het interview terugkijken, en als je dat doet, kijk dan vooral niet naar mij, maar naar die beelden van Rie, naar ‘onze Rie’, die eindelijk weer eens de camera op haar gericht zag.

Op 5 september 2017 schreef ik een blogje over Rie Mastenbroek dat eindigde met:

Maar eigenlijk verdient ze een boek. Want er is nog zoveel meer te vertellen over Rie.

En zo kwam het.

Al twee jaar ben ik aan het schrijven over Rie. De topzwemster uit de jaren dertig.

Ik wil alles over haar weten.
Ik spoel polygoonjournaals uit de jaren dertig in slow motion af.
Ik spel elk krantenartikel dat over haar is verschenen.
Ik leg een vergrootglas op foto's om details te kunnen beschrijven.
Ik val stil ... als ik haar Olympische medaille mag vasthouden.
Ik lach om haar grapje bij de uitzending van Open het dorp.
Ik bestudeer de geschiedenis van het badpak.
Ik neem elk interview dat ze heeft gegeven tot me - opnieuw en opnieuw.
Ik bezoek de International Swimming Hall of Fame in Fort Lauderdale.
Ik bel, mail en bezoek een ieder die haar heeft gekend en stel dan eindeloos veel vragen.
Ik struin de straten af waar ze woonde.
Ik duik in het water om te keren als Kiefer.

En dan kruip ik weer achter mijn laptop om alle informatie aan elkaar te rijgen. Zo vormt zich het verhaal. Het verhaal van Rie, de vergeten zwemkampioen.

International Swimming Hall of Fame in Fort Lauderdale, U.S.A.
Mei 2020 zal haar levensverhaal verschijnen.
Ik was graag Tina Turner geworden, of Dolly Parton of the Red Hot Chili Peppers. Helaas is er geen spatje muzikaliteit in mijn genen beland. Toch mocht ik afgelopen vrijdag een bijdrage leveren aan een prachtig jubileumconcert: Creona viert feest, join the music!

Te midden van orkest, dirigent, solisten en koor stond mijn troon. Ik vertelde over ritme, structuur, compositie. Over spanning, opbouw, drama en decor. Want elk muziekstuk vertelt een verhaal. En verhalen vertellen, dat kan ik dan weer wel.


Als het weer en de tijd het toelaat en als ik geen andere afspraken heb, pak ik mijn fiets en rijd ik naar mijn werk: 21 kilometer heen en 21 kilometer terug. Op een 'gewone' stadsfiets (inclusief loodzware fietstassen, ducttape om de kettingkast en een jasbeschermer die aanloopt). 

Ellebogen op de handvatten en trappen maar. 

Fiets Marian

Ondervonden wetmatigheden bij dit woon-werk verkeer zijn:
- Een gesloten mond voorkomt insecten in de luchtpijp/slokdarm. 
- Wind tegen op de heenweg betekent niet automatisch wind mee op de terugweg.
- Koeien, eenden en schapen gaan voor. Ook als ze van links komen.
- De prachtige route* brengt een intens geluksgevoel teweeg.

Al trappende legde ik mijn fietsgeluk vast:

Fietspad schapen

Fietsroute

Punt op de horizon

Koeien steken over

Bosweg

Reiger stijgt op

Lakenvelder

Door het bos

Bij Leersum

Wuivende paardenstaarten

Op de fiets

(* = Leersum-Amerongen-Elst-Rhenen-Wageningen en terug)